‘Nieuwe sportwet bedreigt voortbestaan 600 zwemscholen’

HILVERSUM, 7 juni 2022 – Een nieuwe initiatiefwet van de VVD om nadere regels op te stellen voor het zwemonderwijs in Nederland bedreigt het voortbestaan van 600 commerciële zwemscholen en de zwemles aan 100.000 kinderen.

Daarvoor waarschuwt De Nederlandse Stichting voor Water- en Zwemveiligheid (NSWZ). Volgens het nieuwe wetsvoorstel van VVD-kamerlid Rudmer Heerema, dat volgens de stichting op steun kan rekenen van minister Conny Helder voor Langdurige Zorg en de SP, moeten zwembaden aan minimale afmetingen gaan voldoen en moet er één landelijk erkend zwemdiploma komen. Dat zou betekenen dat veel commerciële zwemscholen hun eigen bad niet meer kunnen gebruiken en ook de inkomsten uit de verkoop van hun eigen zwemdiploma’s gaan missen. 

De NSWZ verzet zich tegen de voorgenomen sportwet om in de toekomst een brede vorm van zwemonderwijs te behouden. ,,De grote angst bestaat dat door de invoer van deze wet de marktwerking uit de zwembranche wordt gehaald. Dit is niet alleen illegaal maar betekent ook een terugval van zo’n 40 jaar voor de zwembranche, de zwemkwaliteit en de zwemveiligheid”, stelt voorzitter Shiva de Winter van de NSWZ. ,,Hierdoor komen niet alleen gewone kinderen zonder zwemles op straat te staan, maar ook de kinderen die extra aandacht nodig hebben. Deze doelgroep kan alleen bij zwemscholen terecht.”

 

De minister heeft alle partijen in de branche opgeroepen om op 8 juni in Amersfoort te komen overleggen over de nieuwe wet. De NSWZ heeft inmiddels advocaat Bart Maes in de arm genomen. Hij zal op 8 juni namens de NSWZ samen met voorzitter De Winter aanwezig zijn om de desastreuze gevolgen van het plan toe te lichten. “Alle kinderen hebben recht op passende zwemles. Hierbij zijn zowel de publieke als de commerciële zwembranche partners hard nodig om gezamenlijk te werken aan dat wat echt prioriteit moet hebben: zwemveiligheid”, stelt De Winter.

 

De zwembranche is sinds 1998 een vrije markt. Hierdoor zijn er naast gesubsidieerde partijen die zijn aangesloten bij de Nationale Raad Zwemveiligheid, meerdere commerciële marktpartijen. Deze partijen, waaronder NSWZ, ENVOZ, ZON, Dutch LifeGuard en EasySwim, zijn goed voor een derde van de branche.

De commerciële zwemscholen en zwembaden volgen de diplomering van hun eigen diploma-aanbieder. Het lessysteem is samengesteld aan de hand van eigen diploma-eisen. Kinderen worden door deze zwemlesaanbieders anders dan de gebruikelijke manier opgeleid voor het zwemdiploma. Hierna volgt een examinering in het eigen zwembad of een gehuurd zwembad bij sportaccommodaties, hotels of zorgcentra. De Nationale Raad Zwemveiligheid is de enige die, omwille van zwemveiligheid, een eis stelt aan de minimale grootte van het bad. Mocht dit een landelijke norm worden, zoals de NRZ pretendeert, dan komen honderden zwemscholen in de problemen, zowel financieel als qua capaciteit. Zij kunnen en mogen dan niet meer afzwemmen in hun gebruikelijke bad, terwijl er geen capaciteit elders is. ,,Op dezer manier zal alle concurrentie van de NRZ in een klap verdwenen zal zijn. Handig om je concurrent op deze manier eindelijk een goede hak te zetten”, stelt De Winter.

 

Ook het instellen van één soort zwemdiploma is volgens de NSWZ een zwaard van Damocles dat boven de branche hangt. De Winter: ,,Het is hetzelfde alsof alle vormen van basisonderwijs worden afgestompt naar één soort onderwijs. Dit is desastreus voor de toekomst van zwemles. Zwemscholen zullen verdwijnen, wachtlijsten worden langer, minder kinderen behalen hun zwemdiploma en de zwemveiligheid zal hoe dan ook nog meer onder druk komen te staan. Dit kan en gaan wij niet laten gebeuren.”

Bijlage en Bronnen